Advocatenkantoor Raf Verbruggen

Gepersonaliseerde aanpak van juridische problemen
menu

Feitelijke versus wettelijke samenwoning.

Naast het traditionele huwelijk zijn er de laatste jaren steeds meer andere vormen van samenwonen ontstaan. Hiervan zijn de feitelijke en wettelijke samenwoning de bekendste.

Welke voor- en nadelen zijn er aan beide vormen verbonden?

Wettelijke samenwoning

Sinds de wet van 23 november 1998 werd de wettelijke samenwoning ingevoegd in het Belgische Burgerlijk Wetboek (artikelen 1475 – 1479 B.W.).

Voor het aangaan van deze vorm van samenleven is er geen enkel wettelijk beletsel gebaseerd op verwantschap zodat deze vorm van samenwonen ook openstaat voor bijvoorbeeld een broer en zus.

Hoe?

Door het afleggen van een verklaring die overhandigd wordt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats.

Hiervan zal door deze ambtenaar melding worden gemaakt in het bevolkingsregister.

Gevolgen?

  • Geen persoonrechtelijke gevolgen zodat er geen plicht is tot samenwoning, getrouwheid, hulp en bijstand.
  • Bescherming van de gezinswoning.
  • Bijdrageverplichting in de lasten van het samenwonen naar evenredigheid van de mogelijkheden van de partijen.
  • Hoofdelijke gehoudenheid van beide partners voor de huishoudschulden.
  • De vermogensverhouding tussen de wettelijk samenwonenden wordt bepaald afhankelijk van het feit of één van beide partners zijn exclusieve eigendom kan bewijzen:

° Elk van de wettelijk samenwonenden behoudt de goederen waarvan hij/zij de eigendom kan bewijzen (bv. door facturen op naam van één van de partijen), de inkomsten uit deze goederen en de opbrengsten uit arbeid.

° De goederen waarvan geen van beide wettelijk samenwonenden de exclusieve eigendom kan bewijzen (alsmede de inkomsten uit deze goederen) worden wettelijk geacht in onverdeeldheid aan hen beiden toe te behoren.

  • Naast de hierboven vermelde wettelijke regeling m.b.t. de goederen staat het de wettelijke samenwonende natuurlijk vrijom hun regeling betreffende de wettelijke samenwoning vast te leggen in een overeenkomst (notariële akte).
  • Langstlevende wettelijk samenwonende verkrijgt (erft) het vruchtgebruik van het onroerende goed dat het gezin tijdens het samenwonen tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende en van de daarin aanwezige huisraad.
  • De familie- en jeugdrechtbank is bevoegd om bij het spaaklopen van een wettelijke samenwoning dringende en voorlopige maatregelen op te leggen.

Beëindiging?

  • Eén van de partijen treedt in het huwelijk.
  • Eén van de partijen overlijdt.
  • Beëindiging in onderlinge toestemming.
  • Eenzijdig door één van de partijen door het afleggen van een schriftelijke verklaring in handen van de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Feitelijke samenwoning

Feitelijke samenwoning is in de praktijk vaak de gebruikelijkste manier van samenleven en wordt ook concubinaat genoemd.

In tegenstelling tot de wettelijke samenwoning is de feitelijke samenwoning, hoewel veelvoorkomend, in ons burgerlijk wetboek niet geregeld. Het wordt nergens verboden noch erkend als specifieke rechtsverhouding.

Gevolgen?

  • Tussen feitelijk samenwonenden bestaat er geen samenwoningsverplichting, geen getrouwheidsverplichting, geen bijstandsverplichting en geen wettelijke hulpverplichting.
  • Feitelijk samenwonenden kunnen evenwel contractueel een onderhoudsverplichting tot stand brengen volgens de modaliteiten die zij vrij bepalen zowel voor tijdens als na de samenleving. Zo dit niet is gebeurd zal het bekomen van een onderhoudsuitkering na het beëindigen van de feitelijke samenwoning niet zo evident zijn en moet er vaak een beroep worden gedaan op de rechtsfiguur van de “natuurlijke verbintenis”.
  • Wat hun goederen betreft ontstaat er tussen feitelijk samenwonenden geen “feitelijke huwelijksgemeenschap”. Iedere partner blijft dan ook eigenaar van de goederen/gelden die hij voor en tijdens het feitelijk samenwonen heeft opgebouwd.
  • Een partner die gelden heeft geïnvesteerd in een eigen goed van de andere partner- eigenaar kan deze op het einde van de samenwoning proberen terug te vorderen doch één en ander is niet evident. Zo dient deze eisende partner immers een rechtsgrond te kunnen aanhalen om de gelden terug te vorderen (lening, verrijking zonder oorzaak, ed.) wat vaak lange procedures en discussies met zich meebrengt.

BESLUIT

In tegenstelling tot het huwelijk, is bij de wettelijk en (nog veel minder) bij de feitelijke samenwoning, niettegenstaande deze de laatste jaren zeer populaire samenlevingsvormen betreffen, niet alles grondig wettelijke geregeld.

Niet zelden geeft dit bij het beëindigen van een wettelijke dan wel feitelijke samenwoning aanleiding tot grote discussies die vaak zouden kunnen worden vermeden als de partners hun afspraken duidelijk op papier zouden hebben gezet.

Ook hier geldt opnieuw dat een goede raad en tijdig advies van een advocaat later goud waard kan zijn.